fotografie: Maria Makridis

Fri

17

May

Verslag Studio Camera Sessie #1 Kwetsbaarheid & Comfortzone

‍Met je billen bloot op beeld, letterlijk of figuurlijk. Het is misschien niet voor iedereen aan de orde van de dag. Beeldmakers, daarentegen, tonen zich via hun werk soms wél kwetsbaar voor het publieke oog. Daar komen ook dilemma’s bij kijken. Hoe ver moet en wil je uit je comfortzone gaan voor je werk? Levert dat ook beter resultaat op?

door: Tessa Milou van der Bijl

Op 26 maart 2024 verzamelen beeldmakers uit de regio Utrecht zich in Slachtstraat Filmtheater. De allereerste Studio Camera Sessie vindt plaats. Tijdens de Studio Camera Sessies wijden makers uit over hun werkpraktijk rondom een thema. De eerste Sessie staat in het teken van het thema kwetsbaarheid. Moderator Luuk Heezen gaat in gesprek met Jesse van den Berg, Mackenzie Fincham en Zainab Goelaman. Drie makers die ieder een unieke binding hebben met het thema.

Voor de zo goed als uitverkochte Zaal 2 introduceert initiatiefnemer Fay Breeman het driekoppige team van Studio Camera. Achter haar prijkt een sierlijke zetel, compleet met ingelegde glinsterende steentjes. Het is de troon waarop de makers gaan plaatsnemen. Dat de troon erg grappig kraakt, gaf welkome comic relief bij het spannende gespreksonderwerp van de avond.

Zelfonderzoek binnen en buiten de comfortzone

De eerste maker die plaatsneemt op de troon is fotograaf en beeldmaker Jesse van den Berg. Via diens werk doet Jesse onderzoek naar ‘queerness’. Ook is Jesse gedreven om de beeldvorming hieromtrent te nuanceren en aan te vullen. Zeker toen die jong was, was de beeldcultuur weinig divers. “Met Gerard Joling of Gordon kwam ik toch het snelst in aanraking. Daar kon ik me in ieder geval niet aan relateren”.

De impact van de heersende beeldvorming was dusdanig dat Jesse bang werd om queer te zijn. Een angst die zich ook uitte door dwangmatige tics. “Ik moest altijd dingen achter elkaar aanraken. Ik dacht, als ik dat doe, dan word ik misschien hetero.” Deze geïnternaliseerde homofobie, aldus Jesse, zorgde voor een negatief lichaamsbeeld. “Ik heb een aantal jaar met een zwembroek aan gedoucht als ik in mijn eentje was.” Jesse was zo oncomfortabel met naaktheid dat die daar als fotograaf iets mee wilde doen. Zo kwam de fotoserie Reconstructing Queer Intimacy tot stand. Voor deze serie portretteerde die verschillende mensen uit de queer community op intieme en fysiek kwetsbare wijze. Het doel was het aanvullen van de bestaande, masculiene beeldcultuur met beelden waarbij zachtheid centraal stond.

Ook diende het maken van de fotoserie voor Jesse als zelfonderzoek. Vanuit diens positie als fotograaf kon die zien hoe anderen omgingen met hun lichaam. Hierdoor werd Jesse ook comfortabeler met zichzelf. Toch is de positie van fotograaf misschien ook iets te veilig, vindt Jesse. Dat valt hen op, sinds er een nieuw project in het vooruitzicht is. Dat project gaat namelijk over de relatie met diens romantische partner. “Ik merk dat ik daar voor het eerst wel zenuwachtig van word. Vooral omdat ik denk: ‘Wil ik wel iets met die beelden doen?’” Hierop volgt de schurende vraag of deze mate van kwetsbaarheid eigenlijk noodzakelijk is. Levert dat beter werk op? Jesse reageert met een zenuwachtige lach. Na diens volgende project hoopt die daarop een antwoord te kunnen geven.

Het publiek is nieuwsgierig naar de omgang van Jesse met diens modellen. Een aantal van de modellen van in Reconstructing Queer Intimacy poseerden naakt. Dat zorgt voor een kwetsbare situatie waar je als fotograaf zorg voor draagt. Tegelijkertijd wil je als fotograaf soms je modellen sturen om het beoogde plaatje te krijgen, stelt iemand uit het publiek. Jesse legt uit dat die tijdens de fotoshoot van Reconstructing Queer Intimacy nergens naar op zoek was. De modellen waren leidend tijdens de fotoshoot.

Aan het einde van de avond wordt ook een ander vraagstuk aangestipt rondom kwetsbaarheid. Namelijk in hoeverre je als maker verantwoordelijk bent voor nazorg bij je modellen. Toevallig had Jesse recent voor het eerst een ervaring die vergelijkbare vragen opriep. Op een artikel over Jesse en diens fotoserie op mediaplatform Vice, kwamen veel haatreacties. “Toen dacht ik ineens: ‘Shit, deze mensen staan nu op de foto en worden gezien door veel mensen die er heel veel haat op loslaten.’ Dat voelde voor het eerst een beetje gevaarlijk.” 

Het privéleven als basis voor universeel werk

Het gesprek met animator en filmmaker Mackenzie Fincham toont een heel ander deel van het spectrum van kwetsbaarheid. Mackenzie is met hun prijswinnende afstudeerfilm Waan(Beeld) cum laude afgestudeerd aan de St. Joost School of Art & Design. In deze korte animatiefilm kiest het hoofdpersonage ervoor de eindeloze cirkel derealisaties niet te doorbreken. Opvallend aan de film is de animatiestijl. Mackenzie heeft hiervoor gebruik gemaakt van verschillende technieken. De opmerkelijke donkere stijl van de film kwam tijdens het proces tot stand. In de eerste instantie was het idee om de animatie te etsen met een etspers, wat zou hebben gezorgd voor een schonere stijl. “Onze werkplaats op school was deels afgebrand, waardoor ik alleen nog met plastic kon werken. Dat plastic blijft na het krassen op de plaat zitten. Alle inkt blijft er in hangen en bloedt er op de print uit.” De vuige stijl die perfect bij de film aansloot, ontstond zo dus eigenlijk per toeval.

Het onderwerp van de film is daarentegen juist heel bewust gekozen. Het verhaal is gebaseerd op een situatie die Mackenzie zelf heeft meegemaakt. Net zoals bij Jesse, wordt nu de vraag gesteld of het gebruiken van verhalen uit je privéleven kwalitatief werk oplevert. “Het is niet interessant om altijd films te maken vanuit een eigen perspectief, want het is maar één perspectief,” vindt Mackenzie. Een persoonlijk verhaal moet universeel worden gemaakt om interessant te zijn. De vraag is alleen hoe je dat doet. “Onderzoek, onderzoek, onderzoek.” Mackenzie heeft met veel lotgenoten gepraat en deze gesprekken gebruikt als klankbord voor de film. Tegen diens verwachting in pakte het gebruiken van persoonlijke ervaringen goed uit. Dat de details de film juist authentiek maakten, was voor Mackenzie een enorme eyeopener. “Het is voor mij een les geweest in hoe ik heel specifiek kan zijn en alsnog heel universeel kan overkomen. Ik heb nog zoveel meer waar ik nooit over had gedacht dat ik daarover zou vertellen. Ik dacht: ‘Daar is ook gewoon plaats voor in mijn kunst.’”

Dit inzicht vormt inspiratie voor de animatiefilm waar Mackenzie momenteel aan werkt. Het concept voor dit filmproject is bij talentenprogramma Playgrounds Next ontwikkeld en gaat over het complexe rouwproces van de jonge Marinthe en haar vader, na de zelfdoding van Marinthe's moeder. De plot komt opnieuw voort uit een persoonlijke ervaring waaraan heftige emoties vastkleven. Om zoiets aangrijpends te kunnen vertellen moest Mackenzie zichzelf loskoppelen van het karakter, vertelt hen. Het karakter moest een eigen ‘backstory’ en unieke relaties krijgen. Deze afstand tussen Mackenzie’s eigen ervaring en het personage creëerde de noodzakelijke ruimte om het werk te kunnen maken.

Tegelijkertijd is het onmogelijk om het werk helemaal los te trekken uit het eigen leven. Voor de vader-kindrelatie heeft Mackenzie zich laten inspireren door de relatie met diens eigen vader. Het vooruitzicht van diens vader die de film ziet, lijkt Mackenzie spannend. Hoe ga je daarmee om als maker? Zeg je vooraf iets, zeg je niets, verzwijg je misschien zelfs het bestaan van je film? “Ik denk dat ik eerst een gesprekje moet hebben met mijn vader voordat ik hem een film laat zien over hoe ongemakkelijk en pijnlijk zo’n [ouder-kind]relatie kan zijn na de dood van een ouder”.

Kwetsbare films als gespreksstarters

Ook Zainab Goelaman put, net als Mackenzie en Jesse, voor haar werk uit haar levenservaring. Zainab is autodidact en leerde zichzelf scenario schrijven. In 2023 maakte ze haar debuut als regisseur met haar korte jeugdfilm Snor, over de jonge Zeenat die na een eerste racistische opmerking over haar snor niet meer op dezelfde onschuldige manier naar haar Hindoestaanse uiterlijk kan kijken.. De plot van de film komt voort uit een jeugdervaring van Zainab. Dat maakt het ook pijnlijk voor haar om de film zelf te zien. Al is dat niet per se negatief. “Het doet pijn, maar het is wel goede pijn. Het is groeipijn”.

De film wordt gebruikt in schoolklassen als gespreksstarter. Zainab was onder andere tijdens de Amsterdamse Kunstschooldagen aanwezig om nagesprekken te voeren met leerlingen uit groep acht. “Dat was heel kwetsbaar, want ik dacht: ‘Straks krijg ik allerlei rot opmerkingen van pesterige jongetjes [zoals uit de film]’. Maar juist dat soort jongetjes stelden uiteindelijk de meeste vragen. Dat vond ik mooi om te zien.” Ze hoopt dat de film mensen een ‘tool’ geeft om zich te kunnen uitdrukken. Naast dat racisme een complex onderwerp is, hebben kinderen namelijk niet altijd de woorden om te kunnen zeggen wat ze voelen. Volwassenen ook niet trouwens, geeft Zainab aan.

Als voorbeeld noemt ze de Hindoestaanse moeder in de film, die weliswaar de pestkop aanspreekt op zijn gedrag, maar vervolgens niet het kwetsbare gesprek met haar dochter aan kan gaan over haar emoties. “Mijn eigen moeder kon dat ook niet. Dat had zij nooit geleerd van haar moeder.” Als dit soort ervaringen onbesproken blijven, kunnen ze ongezien doorsluimeren, uitvergroten en uiteindelijk een grote negatieve impact hebben op het zelfbeeld van biculturele kinderen. Daarom is het belangrijk om dit op jonge leeftijd al bespreekbaar te maken. Tegelijkertijd zit daar ook het probleem. “Hoe vraag je als kind eigenlijk om hulp, als je niet eens goed begrijpt waar je last van hebt?”

Ondanks dit doel, denkt Zainab niet dat haar film racisme zal tegengaan. Een kijk die naturalistisch aandoet. Zeker wanneer Zainab begint over ‘the call of the void’. Ze refereert daarmee naar L’appel du vide, de impulsieve, duistere gedachte die soms opeens voorbij schiet, om iets te doen dat nadelig is voor jou of anderen, zoals boven op een heel hoog gebouw staan en bang zijn dat je er plotseling vanaf springt. Die zienswijze komt zowel in het einde van Snor tot uiting, als in haar visie op film als hulpmiddel. “Je hebt als mens geen controle op wat je overkomt. Net zoals je geen grip hebt op duistere gedachten die daardoor kunnen ontstaan. Uiteindelijk kun je alleen maar controleren hoe je daar zelf mee omgaat. Anders verspil je je energie aan het opvoeden van anderen, die in principe niet zoveel met jou te maken hebben. Jij daarentegen hebt wel elke dag met jezelf te maken. Daar zit voor mij het goud.”

Meer events van Studio Camera

Sinds 2024 is Studio Camera officieel van start! Studio Camera zet zich in om de positie van de Utrechtse beeldmaker te versterken en te zorgen voor een hechtere makersgemeenschap binnen de regio. Daarom ontmoeten we je graag bij op 7 mei bij Sessie #2. Het programma hiervan komt binnenkort online, dus houdt onze website in de gaten.

Check de agenda
Zainab, Jesse, Mackenzie, Luuk (vlnr)
De borrel achteraf bij Slachtstraat Filmtheater